plankenkoorts

‘Het klinkt gek, maar doe alsof je in je lingerie staat. Voel je kwetsbaar!’

Doe normaal, meen je dat nou echt?

‘Als ik dit teken geef, val jij in.’ Hij maakt met zijn hand een groot gebaar in de lucht.

Het is al de zesde keer dat ik het probeer, maar het lukt me nog steeds niet. Het juiste gevoel komt maar niet. Ik kom niet in de juiste stemming, ik ben in gedachten met teveel dingen bezig.

En weg is hij, de deur valt achter hem dicht en laat mij vertwijfeld achter. Nog voordat ik kan besluiten of ik hier wel mee door wil gaan staat hij alweer voor mijn neus, met een fles rode wijn. Hij schenkt mijn glas, waar water in zat, vol met wijn. ‘Hier. Drink op, daar word je wat losser van.’ Zwijgend pak ik het glas aan en neem een paar flinke slokken.

Twintig minuten later proberen we het nog maar eens een keer. Onder de gedimde lampen doet de wijn langzaam z’n werk. Daar sta ik, in mijn rode lingerie, een beetje kwetsbaar te wezen, bij de microfoon. Zijn seintje volgt, de geluidsknoppen worden opengezet. Een lichtflits als van onweer vult de ruimte, alle ruis in mijn hoofd is weg. Het gaat top!

Al wekenlang ben ik aan het repeteren om een drietal liedjes onder de knie te krijgen, met een optreden in het verschiet. Samen met een handvol muzikanten geven we een opvoering voor een klein en intiem publiek, op uitnodiging. Dat wordt dan de eerste keer dat ik mezelf op piano zal begeleiden. Het moet dus goed zijn. Zingen kan ik ook wel een beetje, het gaat om de combi zullen we maar zeggen. Mijn vingers glijden moeiteloos over de toetsen van de piano en de woorden kan ik intussen zonder bladmuziek zingen. Er ontbreekt echter wel iets. Ik kan het juiste gevoel, de gevoelige pianosnaar, niet vinden. Ik denk terug aan de opnamestudio en aan de opnames, aan wijn en lingerie, aan kwetsbaar wezen. Maar om elke keer maar weer een fles wijn naar binnen te gieten en beschonken de bühne op te stappen lijkt me niet bepaald een goed idee. Eén van de nummers, The Rose van Bette Midler, zingen we met z’n tweeën.

Ik pak de bladmuziek erbij en kijk of ik de woorden kan koppelen aan gebeurtenissen uit mijn eigen leven.

Some say love, it is a river that drowns the tender reed<br>
Some say love, it is a razor that leaves your soul to bleed<br>
Some say love, it is a hunger an endless aching need<br>
I say love, it is a flower and you it’s only seed<br><br>
It’s the heart afraid of breaking that never learns to dance<br>
It’s the dream afraid of waking that never takes the chance<br>
It’s the one who won’t be taken who cannot seem to give<br>
And the soul afraid of dying that never learns to live<br><br>
When the night has been too lonely and the road has been too long<br>
And you think that love is only for the lucky and the strong<br>
Just remember in the winter far beneath the bitter snow<br>
Lies the seed that with the sun’s love in the spring becomes the rose<br>

Hier en daar maak ik aantekeningen en besluit om alles een paar dagen weg te leggen, even te laten rusten.

De volgende dag ligt er een envelop op mijn deurmat. Ik open deze en schrik van de inhoud. De vader van Patricia, één van mijn beste vriendinnen, is overleden en de begrafenis zal eind die week plaatsvinden. Geen twijfel mogelijk, daar moet ik heen, ik moet er voor haar zijn. Het is aan de andere kant van het land, geen idee of ik dan op tijd terug ben voor het optreden dat later op diezelfde dag plaatsvindt. Ik bel de organisator en leg hem het voorval voor en vraag of mijn optreden aan het eind van de avond kan worden ingepland.

Het is een droevig maar mooi en eervol afscheid. Het laatste liedje dat tijdens de bijeenkomst wordt afgespeeld is The Rose van Bette Midler, vertaald naar het Nederlands. Dat raakt me meer dan me lief is, zo mooi.Toeval? Voordat ik weer in de auto stap geef ik Patries nog een innige knuffel, zoals vriendinnen dat doen.

Op de weg terug geef ik hier en daar iets meer gas, want ik wil mijn maatje met wie ik de nummers heb voorbereid niet in de steek laten. Ruim op tijd arriveer ik bij het zaaltje waar de optredens plaatsvinden. Haast ongemerkt schuifel ik naar binnen en maak hier en daar oogcontact. Nog geen kwartier later neem ik plaats achter de piano. Eerst een aantal instrumentale nummers, mijn vingers trillen een beetje maar weten de juiste toetsen gelukkig te vinden. Daarna The Rose, het begin is lekker. En dan… Bij het tweede refrein lijkt er een snik in mijn stem te komen, ik voel dat ik de controle verlies, ik schiet vol en dan biggelen de tranen over mijn wangen. Ik speel door, zing door, de woorden snijden dwars door mijn ziel. Tussen de tranen door kijk ik mijn maatje aan. Hij knikt bemoedigend, ik ga door tot de laatste wegstervende klanken. Dan sta ik op en knik bescheiden naar het publiek, maar ik sta helemaal te shaken en verlies de controle over mijn lichaam. Wat volgt is een lang en indrukwekkend applaus. Hand in hand lopen we tussen het publiek door naar achteren en nemen plaats op onze stoelen, waar ik nog zeker tien minuten lang mijn betraande ogen stijf dichthoud. Straks misschien nog een laatste glas rode wijn, maar dan vanwege een andere, veel diepere emotie.