de grote kietelaar

‘Ready to go!’, reageerde ik enthousiast op de vraag van mijn vriendin.

Vriendinnenavond. Een avond uit, zonder de mannen. Al was dat in háár geval niet zo’n probleem, want ze zat midden in een scheiding. Ze kon dus wel een verzetje gebruiken en ik offerde me vrijwillig op. Telefonisch hadden we al even kleding-contact. We gingen voor een rokje. In mijn geval een zwart leren minirokje, hoge laarzen en een doorschijnend topje.

We gingen met de trein, of dat een retourtje zou worden of een taxi terug was nog maar de vraag. Eerst doken we een restaurant in. Met lege maag was het immers niet verstandig om de kroeg binnen te stappen. We hadden heel wat bij te praten, maar hadden ook zin om de bloemetjes lekker buiten te zetten.

Het was december, de kerstsfeer was overal voelbaar door de versieringen in straten en kroegen, dat gaf de stad een romantisch cachet. Nog een stuk of drie vrienden sloten zich later bij ons aan. We zwierven van kroeg naar kroeg. Tot we er in één belandden met live muziek. In een mum van tijd stonden we ons uit te sloven op de dansvloer, we zaten er helemaal in. Drank vloeide rijkelijk en wij vermaakten ons prima.

‘Juf Carina…’. Ik keek om me heen maar zag niet wie dat zei. Even dacht ik dat ik het me verbeeld had.

‘U…hum, juf Carina!’ Een tikje op mijn schouders deed me omdraaien. Daar stond een knappe vent, strak in pak, met een glimlach van oor tot oor. Zijn haren keurig in model. En die ogen, die herkende ik vrijwel meteen. Die ondeugende glans was nog steeds niet verdwenen. Op dat moment leek alles om ons heen te vervagen. Waarschijnlijk heb ik hem een tijdje met mijn mond open aan staan staren, terwijl hij toch echt met mij probeerde te praten. Muziek schalde door de speakers.

Ik pakte een barkruk, verrast door de ruk die mijn hoofd naar het verleden maakte. Ik zag hem weer op het podium staan, op school, onhandig dansend op een liedje van Dikkertje Dap. Toen al een erg guitig knaapje om te zien. Dikke klodders gel in zijn haar, wat typerend was bij jongetjes uit groep vier-vijf. Wat was hij gegroeid, volwassen geworden, hij moest intussen een jaar of dertig zijn. Al snel drongen zich meer beelden op van de klas waarin hij zat. Ook begonnen we anekdotes uit te wisselen.

‘Wie is die hunk?’ vroeg mijn vriendin even later aan mij.

‘De grote kietelaar’, vertrouwde ik haar geheimzinnig toe.

‘Pas maar op, straks lig jij ook in een scheiding…,’ waarschuwde ze mij en ging door waarmee zij gestopt was, dansen.

‘Weet u nog dat u met een kan water naar groep acht liep? En wij er achteraan?’

Ja, dat herinnerde ik mij nog als de dag van gisteren. Het was prachtig weer, de zon prikte op onze huid. Speelkwartier. Een prettig gestoorde collega gaf indertijd les aan groep acht en had de kinderen zover gekregen om ook juf – lees mij – nat te gooien. En dat gebeurde! Toen de zoemer klonk als einde van de pauze, liep ik als een verzopen katje terug de school in. Uiteraard zinde ik op wraak.

Nadat ik opdrachten had gegeven aan mijn groep, pakte ik een limonade kan van het aanrecht en zette de kraan open. Toen die vol was met water zei ik tegen de kinderen dat ik even weg moest. Voorzichtig opende ik de deur en sloop over de gang in de richting van groep acht, de kan met water achter mijn rug … Met groep vier-vijf in mijn kielzog, zij voelden de sensatie in de lucht en schuifelden met z’n allen mee over de gang. Ik opende de deur van groep acht, waar mijn collega druk bezig was met aardrijkskunde termen op het schoolbord. Hij draaide zich naar mij toe en ik zag zijn ogen die van mij naar de kan water rolden. Hij bedacht zich geen moment en sprong pardoes op een paar tafels, waaraan leerlingen zaten te werken en de atlassen op lagen uitgespreid. Haha, hoor ik hem nog grinniken, mij pak je niet. Maar jong en onbezonnen als ik was gooide ik de kan water met volle kracht in zijn richting. Hij drijfnat, maar de atlassen ook, voor altijd 3D! We renden met z’n allen terug naar onze eigen klas, heel snel en met veel kabaal. Later heb ik ‘m nog wel even geknepen, wat had ik gedaan? Maar, wat hadden we toch vaak lol.

Of die keer dat we elkaar met pannenkoekenmeel onder gooiden… of toen we… Ach, we haalden verschillende verhalen op en lachten bij de herinnering, die goede oude tijd.

We namen afscheid. Hij zoende me zachtjes op mijn wang en fluisterde iets in mijn oor, wat mijn vriendin niet ontging.

‘Zo? Gezoend door de grote kietelaar?’ vroeg ze afkeurend.

Ik lachte luid en legde uit: ‘Dat was één van mijn oud-leerlingen. Ravotten, achter elkaar aan rennen, dat deden die jongens op die leeftijd altijd, alsof hun leven ervan af hing. En hij, hij rende dan met van die klauwende handjes achter zijn vrienden aan, die alle kanten uit stoven, en riep dan vervaarlijk: “Kijk uit. Hier komt de grote kietelaar!’