blue monday

Daar stond ‘ie, op maandagmorgen in januari. Mijn mini. Een zielig hoopje schroot. Nou ja, dat klinkt wellicht wat té dramatisch. Hij was wat beschadigd, mijn boodschappenwagentje. Een lekke rechter voorband. Shit happens! Met het instructieboekje uit het handschoenenkastje keerde ik hem mijn rug toe.

Uitdaging! Bandje verwisselen… Dat leek echter makkelijker dan ik dacht. Ik had er sowieso meer tijd voor nodig dan van tevoren gepland, dus ging terug naar de warme woonkamer. De voordeur gooide ik net iets te hard dicht.

‘Hallo… mag het iets zachter?’ hoorde ik een bekende stem van boven.

Het was nog vroeg, die ochtend. Maar ik was echt van plan om die lekke band, dat typische “mannenprobleem”, zelf op te lossen. (Had ik vroeger toch die cursus maar gevolgd). Quasi zelfverzekerd had ik wel eens geroepen, als ik ooit een lekke band zou krijgen, dat ik dan hulpeloos mijn handen in de lucht zou steken langs de snelweg en dan zou er echt wel iemand stoppen om mij in alle hoffelijkheid te helpen. Maar goed, handjes wuiven en hulpeloos kijken op je eigen oprit aan een doodlopende straat, dat was een té grote uitdaging en zou waarschijnlijk erg lang duren.

Ik duwde het hoe-repareer-ik-mijn-mini-boekje in handen van mijn dochter. Zonder bril kon ik het toch niet lezen en mét bril kon ik het niet handelen.

‘Lees maar voor. Regel voor regel’, instrueerde ik haar.

En zo gingen we aan de slag.

‘Redden jullie het wel alleen?’ vroeg mijn man geïnteresseerd maar met licht leedvermaak. Hij was achter zijn computer vandaan gekropen en om te zien waar al het tumult allemaal voor nodig was.

Mijn dochter keek mij vragend aan. Ik gaf haar een vette knipoog en zei: ‘Als mannen het kunnen, dan kan het niet zo moeilijk zijn toch?’ Ze schoot zenuwachtig in de lach.

Oei… geen reservewiel! Dus ik zette mijn eerste hulplijn in: ik belde onze garage, gewoon, voor wat advies. ‘Nee, tegenwoordig zit er vaak geen reservewiel meer in een auto’, zei Chris de monteur. Wat hem betreft waren er twee opties. A. Wiel eraf halen en naar de garage brengen. Dan zagen ze daar wel of repareren nog mogelijk was. B. ANWB bellen. Daar was ik een paar jaar eerder al noodgedwongen lid van geworden toen ik vanwege een ander mankement ergens in the middle of nowhere stil was komen te staan.

Die band kreeg ik er toch niet onder vandaan, dus ik belde de ANWB. Het verplichte keuzemenu, een lange wachtrij, het was blijkbaar erg druk. Na het irritante achtergrondmuziekje tig keer te hebben gehoord wilde ik bijna ophangen toen ik uiteindelijk hoorde: ‘Hallo, u spreekt met Vincent…’ (of zoiets, die gasten spreken altijd zo onduidelijk hun naam uit), ‘…waarmee kan ik u helpen?’

Ik legde hem de situatie uit en vroeg hoe ik verzekerd was en wat het me zou kosten als ik hun hulp wilde inschakelen. Nou, dat viel me alles mee, zowel de voorrijkosten als het uurtarief waren gratis. Alleen… een nieuwe band kost natuurlijk centjes.

‘Luister, duidelijk verhaal, eeeh … Vincent. Ik bel je nog wel terug als ik van jullie diensten gebruik wil maken.’

Ik hing op maar had daar al snel weer spijt van. Waarom had ik niet meteen om een ANWB monteur gevraagd? Straks kwam ik er alsnog niet uit en moest ik weer van vooraf aan in die wachtrij en dat $%^#& muziekje en dan nog maar zien of ik die dag geholpen kon worden.

Maar goed, wie niet luisteren wil… Ik ging het nog één keer zelf proberen. De reparatie-kit uit de achterbak bevatte een krik en wat los gereedschap. Waar dat voor diende, wist ik veel? Ik kon er geen wijs uit worden. Wat ik ook probeerde, niks leek te passen, waarbij gezegd dat puzzelen nou niet direct mijn favoriete vrijetijdsbesteding is. Was het setje wel compleet? Ontbrak er niet iets? Of zag ik het verkeerd? Pfff… het zweet brak me uit. Maar, dit moest ik toch wel kunnen, een band verwisselen?

Juist toen de moed me in de schoenen begon te zakken riep mijn dochter: ‘Mam, kijk daar, een busje van de ANWB!’

Verbaasd keek ik op. Ik begreep het niet goed. Dat had ik toch niet afgesproken met die … eh… Vincent? Maar dat busje reed wel degelijk onze kant op.

Ik dacht meteen aan mijn voornemen van vroeger, en kon het niet laten…  Ik liep de straat op, stak mijn handen in de lucht en zette een zo hulpeloos mogelijk gezicht op. Ik kon een lach niet onderdrukken. Joehoe! Meneer…?