picasso

Ik staarde haar aan. Ik kon mijn ogen gewoonweg niet van haar afhouden. ,,Luister je wel?”, vroeg Rob. ,,Huh… wat zeg je?”, reageerde ik, nog steeds afwezig. ,,Nou, toen ik dus dat liedje zong, merkte ik dat het …”, ging hij verder.

Het werd langzaamaan steeds drukker in het kleine café midden in Barcelona. We zaten op kleine krukjes aan een lage bar, aten tapas en dronken rode wijn. Delen van het blad van de bar waren ingelegd met mozaïek. De zonnestralen zorgden voor een kleurig lichtspel op de muur. Hier en daar hing een schilderij. Kortom, een gezellig geheel. Ik keek om me heen …

… en toen zag ik haar ogen! Het gesprek ging daarna half langs me heen. Steeds weer keek ik haar kant op en af en toe beeldde ik me in dat zij terug keek.

Barcelona

Hand in hand slenterden we over de Ramblas. Die beroemde promenade in Barcelona is ruim 1200 meter lang. Ik heb me laten vertellen dat La Rambla van oorsprong een droge rivierbedding was, die bij hevige regens het water van de bergen naar de zee leidde.

Wij liepen langs bloemen- en krantenkiosken, langs fonteinen en terrassen. Vaak trok ik aan zijn hand, want dan zag ik weer eens iets dat hij beslist ook moest zien. Allerlei soorten mensen kwamen we tegen temidden van de toeristenstroom: tekenaars, fakirs, dansers, levende standbeelden, goochelaars en natuurlijk de lokale bevolking. Af en toe stonden we stil en maakten we een foto. We hadden alle tijd.

Ons doel was het Plaça del Pi, in het hart van el Barrio Gótico, de Gotische buurt. Het wemelt daar namelijk van de schilders. We wilden daar sfeer proeven, inspiratie opdoen. Gelukkig was dat slechts enkele minuten lopen vanaf de Ramblas. We liepen langs de prachtigste gebouwen en de mooiste pleinen. Op zoek naar Plaça del Pi. Pi staat voor pijnboom. Er staat een hele oude pijnboom op dat plein, waar de naam van afgeleid is. Ook de kerk op het plein is naar de boom vernoemd, Iglesia de Santa María del Pino.

Het was al na achten toen we daar aankwamen, geen schilder meer te bekennen natuurlijk. Enigszins teleurgesteld gingen wij een kroegje binnen.

Rafael Gallardo

De barman sprak mij aan. “Ik zie dat je haar ook mooi vindt?”, wijzend naar het schilderij aan de muur. Het schilderij dat mij in zijn macht had, vooral die ogen!

Hij wees naar buiten en zei: ,,El pintor fuera en la plaza ha creado este. ¿Quieres concerlo? Se llama Rafael.”

Dat liet ik mij geen tweede keer zeggen! Ik stond op en liep naar buiten. De temperatuur was aangenaam, niet meer zo warm als overdag. In de hoek van het pleintje stond nog slechts één schilder, geconcentreerd starend naar zijn doek. Ik liep op hem af, sprak hem aan en schudde zijn hand. Met zorg legde hij zijn penseel neer. Dit was dus de maker van de mooie dame met de intrigerende ogen. De dame die mijn adem deed stokken, mijn fantasie een boost gaf.

Ik heb een tijdje met deze vriendelijke man staan praten. Daarna pakte hij zijn penseel weer op en ging verder met zijn werk. Hij was bezig om del Pi te vereeuwigen.

Met zijn visitekaartje op zak liep ik trots het cafeetje weer binnen. Met een zucht ging ik zitten. Ik wist wat me thuis te doen stond.