groot denken

‘Vertel nog eens mam…!’

We zitten met z’n zessen aan tafel, aan het avondeten, er heerst een drukke en uitgelaten sfeer. Ik geniet daar altijd enorm van, niet dat ze het altijd lekker vinden wat ik voorschotel, maar omdat het er gewoon niet meer zo vaak van komt met al die volle agenda’s. De een komt pas om zeven uur thuis van school, de ander vliegt om kwart voor zeven de deur uit om te trainen of is nog laat aan het werk en zo kan ik wel doorgaan.

Ik vertelde van hoe het allemaal in zijn werk ging toen ze nog peuter waren en er nog niet zoiets bestond als internet shoppen.

‘Mam, mogen we dat nog een keer? Dat “groot denken”?’

Ze waren nog erg jong, hun leeftijden varieerden van anderhalf tot vijf, en de decembermaand brak aan. Sinterklaas was op televisie geweest en had gezegd dat alle kinderen hun schoentje mochten zetten. Zoals elk jaar, maar dat even terzijde. Mij werd gevraagd om wortels te kopen voor het paard. Die werden ’s avonds vergezeld van een bakje water bij de schoentjes neergezet, die op hun beurt weer waren gevuld met verlanglijstjes en tekeningen. Overdag bladerden mijn kinderen verwoed en aandachtig (voorzien van de nodige oeh’s en ah’s, en om het hardst roepend: “Die wil ik”!) door de talloze speelgoedblaadjes, die massaal door onze brievenbus waren gepropt. Plaatjes werden uitgeknipt dan wel gescheurd en op de verlanglijstjes geplakt. Die A4-tjes maakten het winkelen voor de Sint een stuk gemakkelijker. Deze keer kwam er echter een uitdaging bij. Ik had niks in huis, geen enkel kadootje, had nog niets geregeld. De tijd was simpelweg door mijn vingers geglipt. Ze geloofden alledrie nog, fantasie en werkelijkheid liepen nog lekker door elkaar, dus dit vroeg om een creatieve oplossing. Maar ik had nog maar twee weken…

Woensdagmiddag. Geen school. De middelste had ik van de crèche gehaald, de oudste van de kleuterschool, de jongste ging mee in de buggy. Doordeweeks stond ik er alleen voor, mijn man was vanwege zijn werk in het buitenland, daar kon ik dus geen beroep op doen. Er restten nog twee weekenden voor het grote feest, waarvan er één al opgeslokt werd door Sinterklaas die dan in het dorp zou arriveren. Krap, krap, krap!

Na het middageten ging ik met de kinderen naar de stad, ze moesten allemaal mee. Snel vond ik een parkeerplek op niet al te grote afstand van de winkelstraat. Het was nogal druk in de stad, pieten liepen tussen de mensen door en deelden her en der pepernoten uit. De volgeplakte verlanglijstjes lagen verborgen onder in mijn tas. Met zijn vieren stapten we de meest magische winkel voor jonge mensjes binnen, de grootste speelgoedzaak van de stad. Zodra wij binnen waren vlogen ze elk een kant op. Precies zoals ik had gehoopt. Dat gaf mij even de tijd en de gelegenheid om te doen wat ik van plan was. Met de lijstjes in mijn hand liep ik op een van de verkopers af en vroeg of zij mij kon helpen. Ik had alles wat ik wilde kopen duidelijk omcirkeld, zou zij dat voor mij bij elkaar willen pakken? Maar op hetzelfde moment ging haar handtelefoon over. Ze moest onmiddelijk naar het magazijn. Met een ‘sorry mevrouw’ en ‘ik had u graag willen helpen, maar het is een gekkenhuis’, bleef ik met de briefjes in mijn hand achter. Ik keek om me heen en zocht de volgende verkoper, maar het was te druk, iedereen was bezig. Denk, denk. Dan moest het maar anders.

Ik raapte mijn kinderen bijeen en knielde neer zodat ik op met ze op gelijke ooghoogte kwam, en zei samenzweerderig, ‘Sinterklaas heeft me net gebeld…’. Intussen keek ik ze een voor een aan. Ik had direct alle aandacht. Wat een magisch woord was dat toch, SINTERKLAAS. ‘Hij vroeg of jullie hem dit jaar willen helpen. Want er zijn een aantal pieten ziek geworden, de kado-uitzoek-pieten.’ Ik kuchte en keek ze aan, geloofden ze me nog? Gespannen keken ze terug.

‘Jullie mogen daarom in deze winkel kadootjes uitzoeken die jullie graag zouden willen hebben. Dan hoeft Sinterklaas die kadootjes straks alleen nog maar op te halen’, zei ik er snel bij. Ik was nog niet uitgesproken of ze sprongen uitgelaten in het rond, gejuich natuurlijk, geen twijfel mogelijk, zij gingen de Sint een handje helpen!

Ik pakte drie blauwe boodschappenkarretjes, die met die wieltjes eronder, en daar gingen ze. Wat een feest!

‘Nee schat, je moet groot denken’, zei ik. Twee grote blauwe ogen keken mij vragend aan. Voorzichtig pakte ik die kleine prulletjes uit haar winkelwagentje, waaronder een scheetzak en een bellenblaas. Mijn hemel, wat een zooi. Dat is bijna al kapot als je het uitpakt. ‘Dit zijn kleine kadootjes. Je mag iets uitzoeken, iets groter, iets wat je echt altijd al wilde hebben’, probeerde ik nog een keer en daar ging ze weer. ‘Groot’, hoorde ik haar mompelen.

De andere twee hadden er beduidend minder moeite mee, radio’s, speelgoedhuizen en een keuken werden aangesleept. De laatste, de kleindenkende lieverd, kwam uiteindelijk met een pratende pop aangelopen. Ik ben Ernie, ik ben heel moe, ik moet een slaapje doen. En na het slaapje zei hij: ik voel me fantastisch… En zo voelde ik mij ook!

Ze hebben wel een uur door de speelgoedwinkel gelopen. Bepakt en bezakt bracht ik tenslotte de buit naar de kassa.

‘Jullie pakken het toch wel in hè…?’, zei ik aarzelend. Het winkelmeisje dat naar het magazijn was geroepen kwam er juist bij staan, keek me aan en zei, ‘Dat wordt mijn klusje.’ En gaf mij een knipoog.

Nu liep ik samen met de kinderen nog een keer door de winkel, ze mochten van mij een kadootje uitzoeken, een klein kadootje, omdat ze Sint zo goed geholpen hadden. Dus liepen we richting de scheetzakken en bellenblazers. Tegen de tijd dat ze eindelijk hun keuze hadden gemaakt, waren de kadootjes voor het Sinterklaasfeest ingepakt. Ik rekende af, hing de tassen aan de buggie en ging tevreden naar huis. I love it when a plan comes together.