bewust gekozen

We woonden net een jaar samen. Die sleutel van ons eigen huis aan mijn sleutelbos, ik vond het nog steeds leuk staan. Glimlachend maakte ik de voordeur open. Mijn middag was nuttig besteed aan koopjesjacht, ik had de hele stad doorkruist. Het resultaat was drie tassen met kleding. Ik liep de trap op naar de slaapkamer, kieperde mijn aanwinsten op bed en maakte een aantal bij elkaar passende setjes. Tevreden en blij keek ik er naar. Ja, morgenavond zou ik dat blauwe stelletje aantrekken. Natuurlijk had ik ook wat voor hem gekocht. Daar zou ik hem tijdens het avondeten mee verrassen. Dat begon ik even later vrolijk fluitend klaar te maken.

verkiezingen

Met welke partij ik mij het meest verbonden voel, dat weet ik eigenlijk niet. Ik twijfel, ik zweef nog. Dus weet je wat… ik ga zo’n test doen, zo’n internet kieswijzer test. En wat denk je? Ik val op een splinterpartij, de Piratenpartij, nummer 20 op de lijst. Blijkbaar komen mijn standpunten het meeste overeen met die van hen.

Dus zoek ik op het internet naar meer info over die Piratenpartij. De naam klinkt wel een beetje kinderachtig, vind ik. Ik lees artikelen en kijk wat filmpjes. Al snel weet ik meer van Ancilla van de Leest. Ik bekijk een debat tussen haar en de welbespraakte Theo Hiddema van het Forum voor Democratie. Die laatste ziet wel wat in een samenwerking met de Piratenpartij op het gebied van informatie voorziening. Nu vind ik dat kleine partijen sowieso beter hun handen ineen kunnen slaan om op die manier een grotere groep kiezers aan hun kant te krijgen.

cookies

Maar, die verkiezingen, die partijen, internet. Het zet mij aan het denken… In hoeverre ben ik beïnvloed, op welke manier en door wie, zodat de uitslag van de test bij de Piratenpartij terecht kwam? Ben ik ergens ingetrapt? Aan welke campagnemethodes ben ik ten prooi gevallen? Want, let op hè, informatie over mij is – door het internet – overal aanwezig. Ik las dat er speciale bureaus zijn die data verzamelen en daarna verkopen. Informatie zoals stemuitslagen van eerdere verkiezingen. Of gegevens van het kadaster (vrij opvraagbaar), met naam en adres gegevens, privé en financiële informatie. Gegevens over gedrag op internet (alles wat je aanklikt wordt opgeslagen en doorgegeven). Ik bedoel, hoe vaak ik al niet aangegeven heb dat een bepaald bericht nep is, een hoax … Zulke dingen zijn volgens mij alleen maar bedoeld om e-mailadressen te verzamelen.

Ik weet dat wanneer ik ga winkelen op het internet, dat mijn surfgedrag ergens wordt opgeslagen. Bekijk eens een leuk kledingstuk, een televisie of wat dan ook op internet. Als je goed oplet dan zie je in de dagen daarna steeds advertenties of agressieve pop-ups langskomen met diezelfde artikelen. En ze willen allemaal hetzelfde. Ons, de klanten, overhalen om hun spullen te kopen. Ik ben zelfs een keer opgebeld door een bedrijf, de verkoper had gezien dat ik op hun website naar een keuken had gekeken. Of ik niet iets was vergeten (ja, vergeten te kopen, sukkel). Ik kan daar best een beetje kribbig van worden… en dan zeg ik het nog lief.

Moet ik nou bij alles wat ik doe eerst drie keer nadenken? Big Brother is watching us. Op allerlei manieren wordt data over klanten, over kiezers, verzameld. Je zou er paranoia van worden. Het geeft verkiezingen wel een nieuwe dimensie. Maar… ik wil niet alleen maar informatie ontvangen waar ik het mee eens ben. Ik wil ook andere geluiden horen en zien. Tegengeluiden, andere meningen. Ik wil zelf kiezen, ik wil mijn eigen mening vormen.

Even terug naar Ancilla van de Leest van de Piratenpartij. Laat het behoud van (internet) privacy nou het speerpunt van haar clubje zijn: ‘We mogen niet in een samenleving terecht komen waar onze levens worden gereduceerd tot databases en statistiek, gecentraliseerd door overheden en grote bedrijven.’

controle

Het is half zeven, we zitten met z’n tweeën aan tafel. Ik heb zijn lievelingsgerecht gemaakt. Sla (zoals zijn moeder dat altijd klaarmaakte), gebakken aardappelen en biefstuk. Voordat ik met mijn verrassing op de proppen kan komen, wil hij mij iets belangrijks zeggen: ‘Lieverd, wil je de rest van de maand even rustig aan doen? Niet zoveel uitgeven graag. We zitten namelijk een beetje krap. Wacht eerst maar op het salaris.’

Ik moet meteen spontaan naar de wc, maar niet heus. Ik ren naar boven, naar de slaapkamer, grijp alle kleding op het bed bij elkaar en prop het terug in de tassen. Ik stop alles zo ver mogelijk weg achter in de schuifkast, op een plek waar hij toch nooit komt.

Gelukkig waren de meeste van onze uitgaven nog niet digitaal te achterhalen en toen was internet sowieso nog geen gemeengoed, dus viel niet alles meteen te controleren. Geen online bankieren, maar één keer per maand een afschrift. Ook toen al vond ik het niet leuk om alles te moeten verantwoorden. Gelukkig leerde ik snel van een wat oudere dame, die vóór mij in de winkel afrekende bij de kassa, en tegen de verkoopster zei ‘dat je ze niet wijzer moet maken dan nodig is’. Ze betaalde namelijk de helft van haar aankopen met haar creditcard en de andere helft contant. Na afloop gaf ze mij een sneaky knipoog. Ach… werkt dat zo? Ik deed daarna hetzelfde: de helft kaart, de helft cash. En ook al zou hij de uitgaven na afloop zien op het afschrift (en tegenwoordig op het internet), dan deed het maar half zoveel pijn.

Dit keer krijgt Ancilla mijn stem.