onwennig

Hij maakte zijn lichaam breed, staande in de deuropening met beide armen tegen de deurstijlen. Met de borst naar voren en schouders naar achter werd zijn T-shirt strak om zijn nog kleine lichaam getrokken. Een rode vlek verscheen op zijn onderarm. Een blauwe plek en wat korstjes bloed. Voordat iemand het kon zien trok hij vlug een deel van de mouw over zijn stil verdriet. Zijn bruin gekleurde armen en hals verraadden een zonnige en wellicht warme zomer. Hij kuchte en keek vrijpostig rond.

Ondanks dat hij zich opzettelijk breed had gemaakt vonden de andere kinderen toch een opening en liepen langs hem het klaslokaal binnen. Een klein zetje in zijn rug maakte dat hij zijn balans verloor. Onhandig maar snel vond hij zijn oorspronkelijke houding terug en zette meteen zijn voeten demonstratief iets verder uit elkaar. Zijn blik ging door de klas, zijn ogen scanden de gezichten van de andere kinderen. De grotere jongens en meiden hadden hun plaats inmiddels aan hun tafel gevonden.

Hier en daar een lach. Etuis op tafel. Potloden en pennen. Voor hem een vertrouwd beeld, behalve dan de gezichten. Die waren hem allemaal onbekend. Allemaal nieuw. Naast wie moest hij gaan zitten? Bij het schoolbord stond zijn juf, die had hem een vriendelijk knikje gegeven. Zij zag er wel oké uit, maar daar ging het nu niet om. Zijn gedachten dwaalden af. Zijn ouders, zijn broertje en hij waren net verhuisd, hij ging dus naar een nieuwe school en kreeg zo nieuwe kansen. Zijn vorige school had hij nooit leuk gevonden, de kinderen daar waren niet aardig geweest tegen hem. Ditmaal zou hij het anders doen, hij zou zijn vrienden nu zelf uitkiezen in plaats van dat hij werd gekozen. Hij zou de eerste stappen zetten.

Ineens, een aai over zijn bol. Automatisch draaide hij zijn hoofd weg en werden zijn gedachten abrupt weer naar het klaslokaal getrokken. De juf stond nu achter hem, duwde hem zachtjes maar dwingend naar voren en sloot de deur achter zijn rug. Zij keek hem vriendelijk aan en reikte hem haar hand. Geen kans. Hij ontweek haar blik en stopte zijn handen diep in zijn broekzakken.

‘Wat fijn dat je er bent!’ hoorde hij haar zeggen. Maar hij hield zijn lippen stijf op elkaar, voelde zich er helemaal niet stoer door. Hij wist het even niet meer. Het liefst had hij zich aan haar vastgeklemd en nooit meer losgelaten, maar dat kon natuurlijk niet. Had zijn vader die ochtend tijdens het ontbijt niet gezegd dat hij geen kleuter meer was? Dat hij vrienden moest maken? De knipoog en de boks die daarmee vergezeld waren gegaan zeiden genoeg. Dus vermande hij zich. De juf liet hem staan waar hij stond en begon hier en daar te schuiven met stoelen en tafels. Een paar kinderen kregen daardoor een andere plek, zodat er recht voor hem en vlakbij de juf een stoel aan de tafel vrij kwam.

De les begon. De juf stelde zich voor, schreef iets op het digi-bord en begon de lesstof uit te leggen. Het was stil in de klas, ze keken allemaal naar de juf. Hij keek de klas nogmaals rond. Met twee of drie grote passen zou hij zo op die lege plek kunnen gaan zitten. Niemand die het erg zou vinden. Stokstijf bleef hij echter staan. Hij wilde de aandacht niet op zich vestigen.

Vanuit het niets gaf hij ineens antwoord op een vraag die de juf had gesteld. Verraadde hij zichzelf nu? Alle blikken waren op hem gericht. Hij keek meteen weer naar de grond, verlegen en bang voor reacties van de kinderen. Maar er gebeurde helemaal niets. Er kwamen geen reacties vanuit de klas van de andere kinderen. De juf ging verder. Nog een vraag en weer gaf hij antwoord. In plaats van boos te worden omdat hij zijn hand niet had opgestoken, sprak zij hem bemoedigend toe. Zonder dat de klas het in de gaten kreeg zat hij even later op de stoel aan de tafel die zij voor hem had vrijgemaakt. En luisterde naar de juf. Even later stak hij zijn hand in de lucht. Juf glimlachte.