ik ben genaaid

Voorzichtig ga ik met mijn tong naar het verboden gebied. Het waarschuwende vingertje in mijn hoofd maakt een karakteristieke beweging. Niet doen! Wat stond er op de het blaadje met instructies na paradontale chirurgie? Niet aan de wond zuigen of met de tong langs de wond gaan. Het voelt raar, een beetje scherp hier en daar, verderop voelt het vlees alsof je in zachte mossels hapt. Mwha…, maakt niet uit! Mossels zijn sowieso verboden vruchten voor mij.

‘Mam, wat doe je nu?’ vraagt een van mijn dochters.

Ik kijk haar fronsend aan.

‘Je hebt je aangekleed!’

‘Uh, ja, wat is daar mis mee?’

‘Nou’, vervolgt zij, ‘jij bent ziek!’

‘Nee, ik ben niet ziek.’

‘Wel, je mag immers niets doen.’

‘Ja, dus…?’

‘Dus moet je je pyjama aandoen!’

‘Hé, hallo, ik mag dan wel niets doen, maar ik ben niet ziek!’

‘… maar, dat vind ik verwarrend.’

‘… maar, dat vind ik verwarrend.’

Ik leef momenteel op antibiotica en paracetamol. Onvermijdelijk. Als het om je botten of nieren gaat kom je niet onder antibiotica uit.

‘Over veertien dagen worden de hechtingen verwijderd. Daarna duurt het zes tot negen maanden voordat we er eventueel weer een implantaat in kunnen zetten’, zei de paradontoloog.

Ik ben genaaid, door een kaakchirurg

Jarenlang had ik last van een drukkend en zeurend gevoel in mijn linkerwang. Waarschijnlijk zat toen mijn buis van Eustachius dicht. Dat had ik gelezen. Druk op mijn linkeroor. Bleek dat mijn trommelvlies iets naar binnen stond, constateerde de huisarts. Gapen, klaren, soms hielp dat. Als jong meisje was ik vaak verkouden, dat zou dus wel eens mijn kwetsbare plek, mijn achilleshiel kunnen zijn. Niet dat ik nu mijn hele tandartsverleden hier ga delen, maar dit wilde ik even kwijt.

Soms werd ik ’s nachts wakker met de gedachte: ze zullen dat implantaat toch niet door die buis heen hebben gezet? Even snel als dat idee opkwam wuifde ik het weg, nee, natuurlijk niet!

Een half jaar geleden werd ik geholpen aan een lekkende kies. Ja, een lekkende kies. Wat ik daar nog van herinner is dat toen de vulling moest worden vervangen. Een half jaar daarna werd mijn gebit weer gereinigd, toen noemde ik op tegen de assistente dat ik aan de linkerkant waarschijnlijk nóg een lekkende kies had zitten. Zij ging in overleg, foto’s werden gemaakt. Een lekkende kies bij een implantaat, een kroon, dat kon immers niet.

Twee ogen keken mij ernstig aan. ‘Dit ziet er niet goed uit, er komt pus uit uw kies, het is ontstoken en op de foto zien we dat er bot rond het implantaat is weggevreten door een bacterie. Ik moet u verwijzen naar een mondhygiëniste en ook een paradontoloog moet hier naar kijken. Ze zijn heel goed’, zei de tandarts er snel achteraan.

Twee weken later lag ik bij de paradontoloog op de stoel. Er werden pockets gemeten en foto’s gemaakt. ‘Dit is zeer ernstig’, zei de goede man. Hij liet mij zien hóe ernstig dat ernstig was. Op dat moment schakelde ik over naar de derde persoon enkelvoud, probeerde mezelf vanuit een andere gezichtshoek te zien. Het implantaat dat al zeker achttien jaar geleden was ingebracht, was dwars door de buis van Eustachius heen gegaan. Die moest deze chirurg dus zo snel mogelijk verwijderen… Nu begrijp je mijn derde persoon enkelvoud misschien, het overkwam mij niet maar een ander. Alles moest eruit gehaald worden, voor zover de bacteriën hun werk al niet gedaan hadden. De open verbinding tussen neus en mondholte zou met plaatjes worden gedicht en de rest moest opgevuld worden met bot. Dat bot kon uit mijn kaak of kin worden gehaald. ‘Dus dan krijg ik straks ook nog zo’n ingevallen kinnetje, of kuiltje?’ grapte ik onzeker.

In de auto onderweg naar huis heb ik gevloekt, bedwong mijn tranen en herpakte me vervolgens. What must be done, must be done.

Nu zit ik thuis, de operatie is achter de rug. Ik voel me niet ziek, maar moet wel beter worden. Eten is fuck. En vanmiddag wordt mij een mooi uitje door mijn neus – lees: buis van Eustachius – geboord. Ik mag niet tillen, bukken en zeker niet sporten. Heb nog geprobeerd auto te rijden, maar daarmee gooide ik mezelf als een boemerang terug naar de pijn die ik nu als paracetamol junkie niet probeer te voelen.

Ik zie mijn huis versloffen, mijn werk achteruit gaan. ‘Wij doen alles, vraag maar’, zeggen mijn kinderen en man. Maar wat is dat moeilijk. Zoveel dingen die je normaal even tussendoor doet.

Op mijn knieën voor de wasmachine probeer ik één voor één de stukken textiel in de droger ernaast te stoppen. Mijn dochter staat achter mij. ‘Wat denk jij dat je aan het doen bent?’ vraagt ze streng. Ik sta op, doe een stap achteruit en zij neemt het over, net zo simpel. Boodschappenlijstjes, ik hoef het maar op te schrijven (dat dan nog wel) en alles wordt gehaald. Ik weet de kortste route langs alle schappen uit mijn hoofden schrijf de boodschappen dus in die volgorde op, appeltje eitje.Zelfs mijn zoon pakt de stofzuiger en doet zijn ding. En toch… toch, mijn grootste angst is dat mijn huis verandert in een tienerkamer. Gelukkig kan ik nog steeds lijstjes maken met boodschappen en opdrachten, en die worden steeds langer…