nootlot

Ik had ze zien liggen bij mijn moeder op de salontafel, glanzend (huh… glanzend?) in de zon. Ze hadden een grote aantrekkingskracht op me. Dat kwam omdat mijn buik zo knorde en ik mijn honger wilde stillen. Op een bepaald moment kon ik me niet langer inhouden.

Mijn moeder had gezegd dat ze even naar de buurvrouw moest voor het een of ander. Dus ik wachtte af tot zij de kamer verliet en viel toen meteen ongeneerd aan.

De harde buitenkant was bij de meeste nootjes al losgebarsten en dus peuterde ik die er aardig gemakkelijk af om ze vervolgens de een na de ander naar binnen te werken. Zo nodig klemde ik het nootje tussen mijn kiezen die dan dienst deden als notenkraker. Die zogenaamde “non-splits” waren nog niet voldoende gerijpt maar toch erg lekker.

Mijn moeder at ze wel vaker, als snack tijdens het televisie kijken. Zij nam dan altijd de ongepelde pistachenootjes, dan at je er immers minder van. Ja ja, ieder pondje gaat door het mondje en wat er eenmaal aan zit gaat er moeilijk af. Onderzoek had uitgewezen dat je de helft minder eet als je langer bezig bent met pellen, zonder dat je je daardoor minder vol voelt. Deze wijsheid had zij in een of ander blaadje gelezen. Zo voorkom je dat je te enthousiast aan het snacken slaat en meer calorieën binnenkrijgt dan dat je van plan was.

Wat me meteen opviel, terwijl ik ze gretig naar binnen schrokte, was dat de nootjes een beetje flauw en laf smaakten. Mijn moeder had deze keer voor ongezoute pistachenootjes gekozen, waarschijnlijk omdat dat gezonder was. Af en toe leken ze zelfs een beetje nattig, wellicht hadden ze wat liggen zweten in de zon.

Nadat ik het laatste pistachenootje naar binnen had gewerkt, voelde ik me wel een beetje schuldig. Ongevraagd was ik mezelf te buiten gegaan aan haar snack en had ze een voor een weggewerkt. Nu mijn rammelende maag wat rustiger was geworden door het verzadigde gevoel werd mijn geweten wat onrustiger. Ik ruimde het bakje en de servetjes met de schilletjes op en besloot naar een winkel in de buurt te rijden om wat nieuwe -verse- pistachenootjes te kopen.

In de gewone supermarkt vond ik alleen de gezouten variant en besloot daar een paar zakjes van in te slaan, voor het geval ik de ongezouten nergens vond. Ik liep daarna verder tot mijn oog op een Aziatische toko viel, waar ik mijn ongezouten slag kon slaan. Als ik een beetje opschoot zou ik ze zelfs nog terug kunnen leggen op de salontafel zonder dat mijn moeder het in de gaten zou hebben.

Ik had geluk, ze was nog niet thuis. Hier en daar legde ik wat servetjes op tafel en strooide daar de verse pistachenootjes over uit. Terwijl ik daarmee bezig was hoorde ik mijn moeder binnenkomen. Als een klein kind pakte ik de krant van tafel en deed alsof ik aan het lezen was.

‘Tijd voor thee?’ riep een stem uit de keuken.

Even later kwam mijn moeder met twee dampende koppen de kamer binnen en begon te vertellen waarom zij zo lang bij de buurvrouw was gebleven.

‘Ook wat nootjes?’ zegt ze, terwijl zij in haar mok blaast en mij de notenkraker aanreikt.

Ik schud mijn hoofd en kijk met een schuin oog toe hoe zij één van de nootjes openbreekt en daarna naar binnenwerkt.

‘Heerlijk’, zegt ze terwijl ze het goedje vermaalt in haar mond.

‘Echt niet?’ vraagt ze nogmaals.

‘Nee hoor! Ik vond ze een beetje laf.’

Verbaasd kijkt mijn moeder mij aan. Dus biecht ik op wat ik gedaan heb.

‘Dus … dit zijn nieuwe, verse nootjes?’

Ik knik, waarop mijn moeder in lachen uitbarst. ‘Echt waar?’ vraagt ze nogmaals.

‘Wat zit je nou te lachen? Ik heb gewoon liever de gezouten noten.’

Ze is nu echt niet meer te stoppen. Tranen biggelen over haar wangen.

‘Ha ha ha… ik heb ook het liefst de gezouten noten’, schatert mijn moeder. ‘En ik kreeg de schillen er ook niet af. Dat is precies  waarom ik ze stuk voor stuk door mijn mond heb laten rollen en daarna heb teruggelegd in het bakje!’